Onze buren zijn met groot onderhoud bezig. De hele buitenboel gaat opnieuw in de verf. Maar voordat de verf erop kan moeten eerst al de oude lagen eraf gehaald worden en dat gebeurt zeer grondig. Ik hoor al dagen de schuurmachine schuren. Het is niet knoerthard maar het is er constant en ik word er bij vlagen toch wel gestoord van. Gisteren ben ik daarom maar op de fiets gestapt en naar een tuincentrum verderop gereden. Het stormde flink maar de lucht was blauw (weet u waarom de lucht blauw is…
en het zonnetje scheen vrolijk. Met de auto is de route naar het tuincentrum heel saai maar op de fiets kunnen wij een soort van achterom en fiets je over hele kleine weggetjes door de inmiddels kale bollenvelden. De noorderwind was stevig, tintelig fris en ruisde prachtig door het schitterende, nieuwe groen. Wind door bomen met blad klinkt heel anders dan door kale bomen. Ik genoot van het geruis en ervaarde het als een heerlijke stilte.
Bij het tuincentrum ben ik ook goed geslaagd en de rest van de middag ben ik met plantjes in de weer geweest.
Een varen werd te groot voor mijn zonnige maar kleine border en moest wijken. Daar heb ik nu Ligularia Przewalskii gezet al was het alleen al om de naam.
Ik had Goudsbloemen zelf opgekweekt uit zaad uit de tuin van mn broer en nu geplant.
Van een vriendin heb ik platte peterselie gekregen, ze had goed geluisterd toen ik weer eens mopperde over die flauwe krulpeterselie die nergens naar smaakt en er stonden nog wat kruidjes die nodig de grond in moesten. Een pot vol gezellige Lobelia’s. Twee kleine hangplantjes voor de mandjes aan de muur.
Effe denken, nee, dat was het wel voor deze middag.



